Home.
Auteur.
Publiciteit.
Bestellen.
Contact.

Arie de Ruiter
Overzicht
Overzicht
Overzicht
Overzicht Het lijk van Ermelo
Overzicht
Bullshit...

‘Bullshit,’ roept ze opnieuw. ‘En zit daar niet te janken. Dat doe ik ook niet.’
Met een klap gooit ze de deur achter zich dicht, vastbesloten om haar bed in te duiken. Doodmoe is ze en nijdig op alles en iedereen. Ze wil wegkruipen onder de dekens en als het ware van de wereld verdwijnen. Met driftige bewegingen trekt ze haar kleren uit en laat alles achteloos op de vloer vallen. Wanneer ze zich heeft uitgekleed en zich omdraait om haar pyjama te pakken, ziet ze zichzelf en passant in de wandspiegel.
Als ze zich ervoor open zou stellen, zou ze daar een prachtig meisje zien staan. Een lichtbruin, slank lichaam, jong en puur, dat het kind-zijn is ontgroeid en bekoorlijke, vrouwelijke rondingen heeft aangenomen. Een mooi gezichtje dat lief zou kunnen zijn, omlijst door een prachtige krullenbol. Maar zo ziet ze het absoluut niet. Integendeel. Carmen heeft een uitgesproken hekel aan dat bruine lijf waar ze haar hele leven al mee wordt geconfronteerd. Ze verafschuwt dat kroeshaar waar niks mee te beginnen valt. Evenals dat narrige gezicht waarmee ze iedereen afstoot.
Ze haat de persoon in de spiegel, die er niet had mogen zijn en haar zo ongelukkig maakt, maar van wie ze zich niet kan losmaken omdat ze het zelf is. In een vlaag van machteloze razernij pakt ze het beeldje van de sint-bernardshond en gooit haar eigen spiegelbeeld aan gruzelementen.
Zij maakt zich op voor een volgende confrontatie met haar vader. Terwijl ze hem de trap op hoort rennen, schiet heel fel de ultieme vraag weer door haar hoofd, die haar in feite al jarenlang bezighoudt.
Overzicht